input_text
stringlengths 20
130
| output_text
stringlengths 20
132
|
---|---|
aden, begaven
de drie Engelschen zich weder op weg.
| , begaven
de drie Engelschen zich weder op weg.
|
Indien zij er in slaagden, vijftien wersten per | Indien zij er in slaagden, vijftien wersten per u |
uur af te leggen,
hetgeen niet te veel berekend | ur af te leggen,
hetgeen niet te veel berekend was |
was, daar de paarden volkomen uitgerust
waren, en de | , daar de paarden volkomen uitgerust
waren, en de sne |
sneeuw een harde, gladde oppervlakte vormde, | euw een harde, gladde oppervlakte vormde, dan |
dan konden
zij voor het vallen van de duisternis | konden
zij voor het vallen van de duisternis Petro |
Petrograd bereikt hebben.
Maar het Noodlot scheen | grad bereikt hebben.
Maar het Noodlot scheen z |
zich ditmaal wel met hardnekkigheid tegen de
reizigers | ich ditmaal wel met hardnekkigheid tegen de
reizigers te |
te hebben gekeerd!
Want toen zij reeds heel in de | hebben gekeerd!
Want toen zij reeds heel in de verte |
verte de vage omtrekken van de hoofdstad
meenden te ont | de vage omtrekken van de hoofdstad
meenden te ontware |
waren, zagen zij tegelijkertijd dichte, zwarte colon | n, zagen zij tegelijkertijd dichte, zwarte colonnes |
nes
over de sneeuw naderen.
Het geschut had |
over de sneeuw naderen.
Het geschut had den |
den geheelen dag geklonken, maar nu kwam het mer | geheelen dag geklonken, maar nu kwam het merk |
kbaar
naderbij.
—Zouden de Rooden retire | baar
naderbij.
—Zouden de Rooden retireeren |
eren? vroeg Charly, terwijl hij met gespannen
a | ? vroeg Charly, terwijl hij met gespannen
aand |
andacht door den kijker tuurde.
—Ik vrees het | acht door den kijker tuurde.
—Ik vrees het, |
, antwoordde Raffles ernstig. En daardoor komen wij | antwoordde Raffles ernstig. En daardoor komen wij w |
weder
in een zeer gevaarlijken toestand. Wij z | eder
in een zeer gevaarlijken toestand. Wij zoud |
ouden nu tusschen twee vuren
geraken, en ditmaal z | en nu tusschen twee vuren
geraken, en ditmaal zou |
ou er geen ontkomen meer aan zijn—tenminste als
| er geen ontkomen meer aan zijn—tenminste als
w |
wij onzen weg in dezelfde richting wilden voortzetten | ij onzen weg in dezelfde richting wilden voortzetten. |
. Wij zouden door
het mitrailleur-vuur onherroep | Wij zouden door
het mitrailleur-vuur onherroepel |
elijk worden gedood. Klaarblijkelijk zijn
de R | ijk worden gedood. Klaarblijkelijk zijn
de Rood |
ooden gedwongen, Petrograd, of tenminste een deel | en gedwongen, Petrograd, of tenminste een deel erv |
ervan te
ontruimen.
—Daar naderen tenminste tro | an te
ontruimen.
—Daar naderen tenminste troep |
epen, die onordelijk oprukken, hernam
Charly.
| en, die onordelijk oprukken, hernam
Charly.
|
—Houdt links aan, Henderson! beval Raffles. Wij zull | —Houdt links aan, Henderson! beval Raffles. Wij zullen |
en trachten de stad
meer in het Zuiden te naderen | trachten de stad
meer in het Zuiden te naderen. |
.
—Maar dan moeten wij een grooten omweg |
—Maar dan moeten wij een grooten omweg m |
maken! riep Charly uit.
—Dat is minder erg, | aken! riep Charly uit.
—Dat is minder erg, dan |
dan dat wij tusschen twee vuren zouden geraken!
hernam | dat wij tusschen twee vuren zouden geraken!
hernam R |
Raffles.
Henderson had intusschen het gegeven bevel re | affles.
Henderson had intusschen het gegeven bevel reeds |
eds opgevolgd, en de slede
week nu af van den tot dusver | opgevolgd, en de slede
week nu af van den tot dusverre |
re gevolgden weg.
Het geschutvuur w | gevolgden weg.
Het geschutvuur werd |
erd hoe langer hoe heviger, en plotseling konden de
| hoe langer hoe heviger, en plotseling konden de
re |
reizigers, door den kijker, een batterij gewaar worden | izigers, door den kijker, een batterij gewaar worden, |
, die stelling
had genomen ten Noord-Oosten van een lagen | die stelling
had genomen ten Noord-Oosten van een lagen he |
heuvelkling, en vandaar de
Witten onder vuur n | uvelkling, en vandaar de
Witten onder vuur nam |
am die echter voor de drie Engelschen onzichtbaar
ware | die echter voor de drie Engelschen onzichtbaar
waren |
n.
De Rooden schoten zoo snel zij konden, | .
De Rooden schoten zoo snel zij konden, en |
en het gedonder klonk als een
aanhoudend gerommel | het gedonder klonk als een
aanhoudend gerommel van |
van een onweder.
Een half uur later trokken de retire | een onweder.
Een half uur later trokken de retireere |
erende troepen op eenige wersten
voorbij, ju | nde troepen op eenige wersten
voorbij, juist |
ist langs den weg, die de slede tot dusverre gevolgd | langs den weg, die de slede tot dusverre gevolgd had |
had.
Het geschutvuur werd minder hevig, | .
Het geschutvuur werd minder hevig, en |
en het was duidelijk, dat de
hoofdstad reeds voor e | het was duidelijk, dat de
hoofdstad reeds voor een |
en deel in de handen der Witten moest zijn.
—Ik | deel in de handen der Witten moest zijn.
—Ik gel |
geloof, dat het tijd begint te worden, ons maar w | oof, dat het tijd begint te worden, ons maar weder |
eder te ontdoen
van onze door de Rooden geteekende passen | te ontdoen
van onze door de Rooden geteekende passen, |
, zeide Raffles na eenigen
tijd. Als niet alles | zeide Raffles na eenigen
tijd. Als niet alles bed |
bedriegt, zullen wij wel in een Petrograd
aankomen, | riegt, zullen wij wel in een Petrograd
aankomen, dat |
dat door de troepen van Judenitsch bezet is. Wij zullen | door de troepen van Judenitsch bezet is. Wij zullen
|
echter tot het laatste oogenblik wachten met het | echter tot het laatste oogenblik wachten met het vern |
vernietigen van die
passen, welke ons reeds eenmaal a | ietigen van die
passen, welke ons reeds eenmaal aan |
an den rand van het graf hebben
gebracht.
—Ma | den rand van het graf hebben
gebracht.
—Maar |
ar zouden de Witten zich hier wel kunnen handhaven? vroeg | zouden de Witten zich hier wel kunnen handhaven? vroeg Char |
Charly.
Zonder den steun van Judenitsch en zijn legers zull | ly.
Zonder den steun van Judenitsch en zijn legers zullen |
en zij vroeg of laat
terug moeten want de Rooden | zij vroeg of laat
terug moeten want de Rooden z |
zijn hier zeer sterk!
—Je kunt gelijk hebben, | ijn hier zeer sterk!
—Je kunt gelijk hebben, ma |
maar voor het oogenblik moeten wij er toch
rek | ar voor het oogenblik moeten wij er toch
rekening |
ening mede houden, dat wij met de Witten te doen krij | mede houden, dat wij met de Witten te doen krijgen |
gen!
De slede gleed intusschen met onverminderde snel | !
De slede gleed intusschen met onverminderde snelheid |
heid over de bevroren
vlakte en Raffles verbaasde er z | over de bevroren
vlakte en Raffles verbaasde er zich |
ich over, dat het gevecht zich niet tot
hier uitge | over, dat het gevecht zich niet tot
hier uitgebre |
breid had.
Misschien was het plan der Witten, zich e | id had.
Misschien was het plan der Witten, zich eer |
erst van geheel Petrograd
meester te maken en dan snel in O | st van geheel Petrograd
meester te maken en dan snel in Oost |
ostelijke richting op te rukken.
Wel kwamen z | elijke richting op te rukken.
Wel kwamen zij |
ij nu en dan kleine afdeelingen Rooden tegen, die hen
| nu en dan kleine afdeelingen Rooden tegen, die hen
ech |
echter ongemoeid lieten, nadat de passen vertoond w | ter ongemoeid lieten, nadat de passen vertoond waren |
aren.
De duisternis begon reeds te vallen en de pa | .
De duisternis begon reeds te vallen en de paarden |
arden begonnen opnieuw
teekenen van vermoeidheid te | begonnen opnieuw
teekenen van vermoeidheid te ge |
geven, en nog moesten er twintig wersten
afgeleg | ven, en nog moesten er twintig wersten
afgelegd |
d worden alvorens men de hoofdstad bereikt zou heb | worden alvorens men de hoofdstad bereikt zou hebben |
ben, welke de
reizigers thans van uit het Zuid-O | , welke de
reizigers thans van uit het Zuid-Oost |
osten naderden.
Maar eensklaps, nadat zij | en naderden.
Maar eensklaps, nadat zij in |
in geruimen tijd geen, Rooden meer hadden
zien | geruimen tijd geen, Rooden meer hadden
zien v |
voor bijgaan, naderde er over de sneeuwvlakte e | oor bijgaan, naderde er over de sneeuwvlakte een |
en afdeeling
bereden manschappen, die aan de uniformen aan | afdeeling
bereden manschappen, die aan de uniformen aanst |
stonds als Witten te
herkennen waren.
Voor de | onds als Witten te
herkennen waren.
Voor de re |
reizigers goed en wel wisten wat er gebeurde, had deze | izigers goed en wel wisten wat er gebeurde, had deze k |
kleine
ruitertroep zich uit de duisternis losgema | leine
ruitertroep zich uit de duisternis losgemaak |
akt en omringden zij de
slede.
—Wij z | t en omringden zij de
slede.
—Wij zij |
ijt gij en waar gaat gij heen? zoo luidde de | t gij en waar gaat gij heen? zoo luidde de g |
gewone, reeds zoo
vaak gehoorde vraag.
— | ewone, reeds zoo
vaak gehoorde vraag.
—W |
Wij zijn Engelschen en wij wilden naar Petrograd gaan! ant | ij zijn Engelschen en wij wilden naar Petrograd gaan! antwo |
woordde
Raffles.
—Waar komt gij vandaan | ordde
Raffles.
—Waar komt gij vandaan? |
?
Daar loochenen niets zou helpen antwoordde R |
Daar loochenen niets zou helpen antwoordde Raffles |
affles:
—Wij komen van de zijde van het Onega- | :
—Wij komen van de zijde van het Onega-me |
meer, waar gestreden is tusschen
Uwe troepen en de | er, waar gestreden is tusschen
Uwe troepen en de R |
Rooden.
—Wat deed gij daar?
—Wij | ooden.
—Wat deed gij daar?
—Wij k |
kwamen daar om te jagen en zijn door de gebeurtenissen | wamen daar om te jagen en zijn door de gebeurtenissen ver |
verrast.
—Wat waren uw plannen te Petrograd?
| rast.
—Wat waren uw plannen te Petrograd?
|
—Geen andere, dan ten spoedigste naar ons eigen land | —Geen andere, dan ten spoedigste naar ons eigen land ter |
terug te keeren!
De Luitenant die deze vragen gest | ug te keeren!
De Luitenant die deze vragen geste |
eld had keek Raffles en zijn
metgezellen aandachtig a | ld had keek Raffles en zijn
metgezellen aandachtig aan |
an en zeide toen:
—Ik zal u naar het ho | en zeide toen:
—Ik zal u naar het hoof |
ofdkwartier moeten brengen, al doet het mij leed | dkwartier moeten brengen, al doet het mij leed. |
.
Mijn instructies zijn formeel.
—Dan moet gij |
Mijn instructies zijn formeel.
—Dan moet gij u |
u er aan houden, Luitenant, hernam Raffles bedaard | er aan houden, Luitenant, hernam Raffles bedaard, |
, maar
inwendig rees de vraag bij hem, of hij | maar
inwendig rees de vraag bij hem, of hij en |
Subsets and Splits