input_text
stringlengths 20
130
| output_text
stringlengths 20
132
|
---|---|
ijn makkers de hoofdstad of liever
een der voorsteden b | makkers de hoofdstad of liever
een der voorsteden binn |
innen kwamen.
Aan alles was te zien, dat hier n | en kwamen.
Aan alles was te zien, dat hier nog |
og niet lang geleden verbitterd
gestreden was.
Een | niet lang geleden verbitterd
gestreden was.
Eenige |
ige huizen, half in puin geschoten, rookten nog, | huizen, half in puin geschoten, rookten nog, en |
en overal lagen
paardencadavers, overblijfselen van k | overal lagen
paardencadavers, overblijfselen van kanon |
anonaffuiten, geweren,
uitrustingsstukken van allerle | affuiten, geweren,
uitrustingsstukken van allerlei |
i aard.
Maar de Witten waren hier meester, dat was z | aard.
Maar de Witten waren hier meester, dat was zeker |
eker.
Want overal ontmoette men hunne troepen, die op pat | .
Want overal ontmoette men hunne troepen, die op patrou |
rouille waren of
kwartier maakten voor hen die na hen zoud | ille waren of
kwartier maakten voor hen die na hen zouden |
en komen.
Uit eenige uitroepen, welke hij | komen.
Uit eenige uitroepen, welke hij op |
opving maakte Raffles op, dat meer dan
de helft van de ho | ving maakte Raffles op, dat meer dan
de helft van de hoof |
ofdstad in handen der Witten was en dat de Rooden
zich n | dstad in handen der Witten was en dat de Rooden
zich nog |
og met de grootste hardnekkigheid verdedigden ten Oosten van | met de grootste hardnekkigheid verdedigden ten Oosten van de |
de
Newa rondom het Alexander Newsky-Plein, op het Bas |
Newa rondom het Alexander Newsky-Plein, op het Basili |
ilius Eiland, en bij
het Admiraliteitsplein.
De W | us Eiland, en bij
het Admiraliteitsplein.
De Witten |
itten schenen echter te hopen, dat zij er binnen vier | schenen echter te hopen, dat zij er binnen vier en |
en twintig
uur in geslaagd zouden zijn, de | twintig
uur in geslaagd zouden zijn, de te |
tegenpartij geheel en al uit de stad te
verdrijven | genpartij geheel en al uit de stad te
verdrijven. |
.
Eindelijk hield de aanvoerder van het kon |
Eindelijk hield de aanvoerder van het konv |
vooi zijn paard in en zeide
tot de drie Engelschen | ooi zijn paard in en zeide
tot de drie Engelschen: |
:
—Ik heb bevel, U tot hier te begeleiden, |
—Ik heb bevel, U tot hier te begeleiden, m |
mijne heeren! Hier scheiden
zich onze wegen dus. Ik | ijne heeren! Hier scheiden
zich onze wegen dus. Ik wil |
wil U nog slechts den raad geven u niet al te
ver in | U nog slechts den raad geven u niet al te
ver in he |
het centrum van de stad te wagen want gij kunt hier het g | t centrum van de stad te wagen want gij kunt hier het ged |
edonder
van het geschut hooren, en er wordt daargind | onder
van het geschut hooren, en er wordt daarginds |
s hevig gestreden. Op den
linker oever van de Newa z | hevig gestreden. Op den
linker oever van de Newa zult |
ult gij echter genoeg hotels vinden—die
echter ongeho | gij echter genoeg hotels vinden—die
echter ongehoord |
ord duur zijn—daarvoor waarschuw ik u!
| duur zijn—daarvoor waarschuw ik u!
— |
—De linkeroever is dus nog in handen der Witten? vroeg | De linkeroever is dus nog in handen der Witten? vroeg R |
Raffles.
—Dat was hij althans nog een paar uur | affles.
—Dat was hij althans nog een paar uur g |
geleden!
—Dan kan ik van geluk spreken, want m | eleden!
—Dan kan ik van geluk spreken, want mijn |
ijn vriend, die mijn geld in
bewaring heeft, woont | vriend, die mijn geld in
bewaring heeft, woont da |
daar! Wij zullen er nu aanstonds heengaan!
| ar! Wij zullen er nu aanstonds heengaan!
— |
—Ik vrees dat gij dan zult moeten loopen, mijne | Ik vrees dat gij dan zult moeten loopen, mijne he |
heeren, want gij zult
wel vruchteloos op een h | eren, want gij zult
wel vruchteloos op een hu |
uurslede of een rijtuig wachten!
Dat begre | urslede of een rijtuig wachten!
Dat begrepen |
pen Raffles en zijn metgezellen ook—de huurkoetsiers | Raffles en zijn metgezellen ook—de huurkoetsiers z |
zouden er
wel niet veel voor gevoelen, na | ouden er
wel niet veel voor gevoelen, naar |
ar het centrum der stad te rijden,
terwijl ied | het centrum der stad te rijden,
terwijl ieder |
er oogenblik de kansen konden keeren, en een granaat | oogenblik de kansen konden keeren, en een granaat hen |
hen en
hun voertuig kon verpletteren!
En zoo n | en
hun voertuig kon verpletteren!
En zoo namen |
amen zij afscheid van den aanvoerder van het konvoo | zij afscheid van den aanvoerder van het konvooi |
i en trokken
te voet de stad verder in.
—Wa | en trokken
te voet de stad verder in.
—Waar |
ar gaan wij nu het eerst heen? vroeg Charly, | gaan wij nu het eerst heen? vroeg Charly, to |
toen zij een paar
honderd meter verder waren.
| en zij een paar
honderd meter verder waren.
— |
—Naar den Engelschen Consul, die mijn geld in bewaring he | Naar den Engelschen Consul, die mijn geld in bewaring hee |
eft,
antwoordde Raffles. Wij zijn hier wel in een | ft,
antwoordde Raffles. Wij zijn hier wel in een st |
stad, die voor de helft
nog in handen is van lieden die | ad, die voor de helft
nog in handen is van lieden die n |
niets van geld willen weten, maar
zonder dat aardsche sl | iets van geld willen weten, maar
zonder dat aardsche slijk |
ijk zouden wij toch in een uiterst onaangename
pos | zouden wij toch in een uiterst onaangename
posit |
itie komen. Ik zou werkelijk niet weten hoe wij | ie komen. Ik zou werkelijk niet weten hoe wij na |
naar ons eigen land
zouden kunnen terugkeeren. H | ar ons eigen land
zouden kunnen terugkeeren. Hij |
ij woont hier niet ver vandaan en ik denk
wel dat hij | woont hier niet ver vandaan en ik denk
wel dat hij op |
op dit oogenblik thuis is, want men gaat thans wer | dit oogenblik thuis is, want men gaat thans werkel |
kelijk
niet voor zijn genoegen de straat op!
| ijk
niet voor zijn genoegen de straat op!
Dat |
Dat was zeker zoo want op niet al te verre afstand was de hemel ro | was zeker zoo want op niet al te verre afstand was de hemel rood |
od
van de vlammen, die uit sommige stadswijken op |
van de vlammen, die uit sommige stadswijken opst |
stegen, en de lucht was
vervuld van het gedonder | egen, en de lucht was
vervuld van het gedonder van |
van het geschut, terwijl nu en dan vuurpij | het geschut, terwijl nu en dan vuurpijlen |
len
opstegen, zoeklichten den hemel afzochten en gran |
opstegen, zoeklichten den hemel afzochten en granaten |
aten met donderend
geweld uiteenbarstten.
Na | met donderend
geweld uiteenbarstten.
Na e |
een half uur loopens hadden de drie mannen het fraaie h | en half uur loopens hadden de drie mannen het fraaie hu |
uis van den
consul bereikt, en Raffles begaf zich alleen | is van den
consul bereikt, en Raffles begaf zich alleen na |
naar binnen, toen de
bediende hem op zijn schellen | ar binnen, toen de
bediende hem op zijn schellen had |
had medegedeeld dat zijn meester tehuis
was.
H | medegedeeld dat zijn meester tehuis
was.
Hij |
ij bleef nauwelijks tien minuten weg en keerde met | bleef nauwelijks tien minuten weg en keerde met e |
een vergenoegd
gelaat terug.
—Nu k | en vergenoegd
gelaat terug.
—Nu kunn |
unnen wij tenminste ergens onderdak krijgen! rie | en wij tenminste ergens onderdak krijgen! riep |
p hij uit. Want
men mag zeggen wat men wil—zelfs hier | hij uit. Want
men mag zeggen wat men wil—zelfs hier, |
, in het brandpunt van het
Bolsjewisme, is het | in het brandpunt van het
Bolsjewisme, is het ge |
geld nog altijd de bewegingszenuw van het gehe | ld nog altijd de bewegingszenuw van het geheele |
ele
stoffelijke bestaan!
—Waar gaan wij he |
stoffelijke bestaan!
—Waar gaan wij heen |
en? vroeg Charly.
—Naar een goed hotel. Ik | ? vroeg Charly.
—Naar een goed hotel. Ik we |
weet er een aan het Newsky-Prospect. Het
Alexander Hotel | et er een aan het Newsky-Prospect. Het
Alexander Hotel. |
. Het is een der eerste van de stad.
—Maar | Het is een der eerste van de stad.
—Maar lig |
ligt het in een buurt, die voor ons veilig is, dat | t het in een buurt, die voor ons veilig is, dat wil |
wil zeggen, in
een stadswijk, welke in handen van de | zeggen, in
een stadswijk, welke in handen van de W |
Witten is? hernam Charly.
—Ja.
—Nu, | itten is? hernam Charly.
—Ja.
—Nu, dan |
dan moeten wij er maar spoedig heengaan! Ik wil wel be | moeten wij er maar spoedig heengaan! Ik wil wel bek |
kennen, dat
ik tamelijk vermoeid ben na al die avont | ennen, dat
ik tamelijk vermoeid ben na al die avonturen |
uren van de laatste dagen!
—Een goed souper—v | van de laatste dagen!
—Een goed souper—voor |
oor zoover het te krijgen is!—en een goed bed z | zoover het te krijgen is!—en een goed bed zull |
ullen
ons wel weder geheel doen bekomen van onze ontber | en
ons wel weder geheel doen bekomen van onze ontberingen |
ingen, beste jongen!
zeide Raffles. En nu snel op we | , beste jongen!
zeide Raffles. En nu snel op weg |
g, want het wordt al laat, en ik ben er
niet z | , want het wordt al laat, en ik ben er
niet zeker |
eker van of men ons wel zal opnemen nu er nog zoo hevig | van of men ons wel zal opnemen nu er nog zoo hevig g |
gevochten
wordt.
De drie reisgenooten begaven | evochten
wordt.
De drie reisgenooten begaven z |
zich op weg en twintig minuten later
stonden zij voor | ich op weg en twintig minuten later
stonden zij voor he |
het groote hotel, dat thans echter een somberen indruk | t groote hotel, dat thans echter een somberen indruk
|
maakte daar bijna alle lichten daarbinnen gedoofd | maakte daar bijna alle lichten daarbinnen gedoofd w |
waren, zeker om geen
doelwit op te leveren voor vij | aren, zeker om geen
doelwit op te leveren voor vijandel |
andelijke vliegers.
Het deed wel zeer zonderling aan | ijke vliegers.
Het deed wel zeer zonderling aan dat |
dat er dicht bij de deur een sierlijk
uitgedoste | er dicht bij de deur een sierlijk
uitgedoste port |
portier op post stond, alsof men zich in vollen vrede
be | ier op post stond, alsof men zich in vollen vrede
bev |
vond, en er niet vlak in de buurt slechts weinige | ond, en er niet vlak in de buurt slechts weinige u |
uren geleden
verbitterd gestreden was.
De man ontving | ren geleden
verbitterd gestreden was.
De man ontving de |
de drie reizigers zoo rustig, dat het hun een oogenblik | drie reizigers zoo rustig, dat het hun een oogenblik
|
was alsof zij al hun avonturen van de laatste dagen slech | was alsof zij al hun avonturen van de laatste dagen slechts |
ts gedroomd
hadden en dat er geen sprake was van strijd | gedroomd
hadden en dat er geen sprake was van strijd t |
tusschen zonen van één
stam.
Raffles vroeg na | usschen zonen van één
stam.
Raffles vroeg naar |
Subsets and Splits